dinsdag 31 mei 2011
zaterdag 21 mei 2011
zaterdag 14 mei 2011
Technische mogelijkheden omtrent ons concept
Wat hebben we nodig?
Het is de bedoeling dat de kinderen met een bepaald boek dus naar de installatie gaan. Dat is eigenlijk de eerste stap. Het boek moet dus gescand worden. Dit doen we als volgt:
Augmented Reality in combinatie met Flash code (FLAR-toolkit) en een webcam. De webcam scant een marker op het boek, Flash herkent de marker en stuurt eigenlijk de beleving aan. We werken waarschijnlijk maar een paar boeken uit maar de marker voorop moet wel verschillend zijn.
Nu kan de beleving dus eigenlijk beginnen. Er worden beelden getoond en muziek afgespeeld, helemaal vanuit Flash. Op bepaalde momenten stopt het even en kan de gebruiker kiezen om bepaalde spelletjes te doen. Vanuit Flash worden de spelletjes ook opgestart (worden ook in Flash gemaakt, zijn simpele spelletjes). D.m.v. een kinect-sensor kunnen we de muis vervangen door handgebaren en zijn ook simpele spelletjes ineens veel leuker. Wat moeten we dus uitzoeken:
Flash bestand koppelen aan MAX-MSP en MAX-MSP weer koppelen aan de kinect-sensor. Het kan allemaal. Het komt er dus op neer dat we beelden, geluid en spelletjes vanuit Flash inladen en dat beweging gedetecteerd wordt door MAX-MSP en de kinect-sensor.
Daarnaast moeten we voor een extra beleving nog lampen aansturen (max. 4 stuks) en ventilatoren. Ook dit kan met MAX-MSP maar hierbij komen de Arduino-lessen van Thijs en Norbert goed van pas. Met behulp van MAX-MSP en Arduino’s moeten we de lampen en ventilatoren aan kunnen sturen. Dus als bepaalde dingen in het verhaal gebeuren gaan de ventilatoren blazen enz. Dit programmeren we van tevoren in Flash. Het moet alleen aangestuurd worden op het juiste moment:
Aansturing lampen, ventilatoren, geurmachine met MAX-MSP en Arduino in combinatie met een stukje code.
Nadat de gebruiker het verhaal heeft bekeken en spelletjes omtrent het verhaal heeft gespeeld is het afgelopen en verlaat hij of zij de installatie.
Wat hebben we nodig?
Het is de bedoeling dat de kinderen met een bepaald boek dus naar de installatie gaan. Dat is eigenlijk de eerste stap. Het boek moet dus gescand worden. Dit doen we als volgt:
Augmented Reality in combinatie met Flash code (FLAR-toolkit) en een webcam. De webcam scant een marker op het boek, Flash herkent de marker en stuurt eigenlijk de beleving aan. We werken waarschijnlijk maar een paar boeken uit maar de marker voorop moet wel verschillend zijn.
Nu kan de beleving dus eigenlijk beginnen. Er worden beelden getoond en muziek afgespeeld, helemaal vanuit Flash. Op bepaalde momenten stopt het even en kan de gebruiker kiezen om bepaalde spelletjes te doen. Vanuit Flash worden de spelletjes ook opgestart (worden ook in Flash gemaakt, zijn simpele spelletjes). D.m.v. een kinect-sensor kunnen we de muis vervangen door handgebaren en zijn ook simpele spelletjes ineens veel leuker. Wat moeten we dus uitzoeken:
Flash bestand koppelen aan MAX-MSP en MAX-MSP weer koppelen aan de kinect-sensor. Het kan allemaal. Het komt er dus op neer dat we beelden, geluid en spelletjes vanuit Flash inladen en dat beweging gedetecteerd wordt door MAX-MSP en de kinect-sensor.
Daarnaast moeten we voor een extra beleving nog lampen aansturen (max. 4 stuks) en ventilatoren. Ook dit kan met MAX-MSP maar hierbij komen de Arduino-lessen van Thijs en Norbert goed van pas. Met behulp van MAX-MSP en Arduino’s moeten we de lampen en ventilatoren aan kunnen sturen. Dus als bepaalde dingen in het verhaal gebeuren gaan de ventilatoren blazen enz. Dit programmeren we van tevoren in Flash. Het moet alleen aangestuurd worden op het juiste moment:
Aansturing lampen, ventilatoren, geurmachine met MAX-MSP en Arduino in combinatie met een stukje code.
Nadat de gebruiker het verhaal heeft bekeken en spelletjes omtrent het verhaal heeft gespeeld is het afgelopen en verlaat hij of zij de installatie.
Rolverdeling ons boek concept
MV Hoofdverantwoordelijke: Jordy Franssen
Jordy gaat kijken hoe het eruit moet komen te zien. Dus hoe moet de installatie eruit komen te zien. Maar ook hoe het de gebruikers aanspreekt. Kleurgebruik van de installatie, in ons geval het boek. Daarnaast helpt Jordy mee met beslissingen nemen hoe we de boeken aan de gebruikers visualiseren. Samen gieten we dit in een aansprekende vormgeving.
II Hoofdverantwoordelijke: Perry Broos, Jordy Franssen
Perry en Jordy gaan kijken hoe we met de kinderen een bepaalde vorm van interactie aan kunnen gaan. Dus welke hulpmiddelen gebruiken we hierbij? Denk aan beelden, geur en muziek. Perry zorgt ervoor dat de kinderen uiteindelijk een bepaalde beleving meekrijgen waarvan ze onder de indruk zijn. Hij legt dit aan ons voor en samen beslissen we hierover, vooral met de IS-verantwoordelijken wordt er gediscussieerd over hoe en wat. Samen met de CT-verantwoordelijke overlegt hij of het qua techniek allemaal haalbaar is.
IS Hoofdverantwoordelijke: Davy in ’t Veen, Paul Coppen
Davy en Paul gaan eigenlijk constant kijken of hetgeen wat we qua interactie aan de kinderen aanbieden wel echt een goede manier van interactie is. Daarnaast kijken zij naar manieren waarop we interactie aan kunnen gaan. Maar ook gaan zij kijken hoe we de kinderen geboeid kunnen laten in het boekconcept. Want we bieden iets aan wat de kinderen niet altijd leuk vinden. Dus hoe verwerken we dit in de installatie zodat kinderen eerder een boek zullen gaan lezen.
CT Hoofdverantwoordelijke: Rik de Jonge
Rik is meer de technische man van ons. Hij kan met veel verschillende technieken overweg en weet altijd wel ergens een oplossing voor te vinden. Rik gaat vooral kijken of bepaalde technieken haalbaar zijn en gaat hier ook mee experimenteren. Hij kijkt ook naar geschikte apparatuur, sensoren etc. Voor onze installatie. Hoe werken we zoveel mogelijk weg en hoe wordt het aangestuurd? Dit zijn allemaal dingen waar Rik naar gaat kijken met natuurlijk de hulp van de rest van het groepje.
MV Hoofdverantwoordelijke: Jordy Franssen
Jordy gaat kijken hoe het eruit moet komen te zien. Dus hoe moet de installatie eruit komen te zien. Maar ook hoe het de gebruikers aanspreekt. Kleurgebruik van de installatie, in ons geval het boek. Daarnaast helpt Jordy mee met beslissingen nemen hoe we de boeken aan de gebruikers visualiseren. Samen gieten we dit in een aansprekende vormgeving.
II Hoofdverantwoordelijke: Perry Broos, Jordy Franssen
Perry en Jordy gaan kijken hoe we met de kinderen een bepaalde vorm van interactie aan kunnen gaan. Dus welke hulpmiddelen gebruiken we hierbij? Denk aan beelden, geur en muziek. Perry zorgt ervoor dat de kinderen uiteindelijk een bepaalde beleving meekrijgen waarvan ze onder de indruk zijn. Hij legt dit aan ons voor en samen beslissen we hierover, vooral met de IS-verantwoordelijken wordt er gediscussieerd over hoe en wat. Samen met de CT-verantwoordelijke overlegt hij of het qua techniek allemaal haalbaar is.
IS Hoofdverantwoordelijke: Davy in ’t Veen, Paul Coppen
Davy en Paul gaan eigenlijk constant kijken of hetgeen wat we qua interactie aan de kinderen aanbieden wel echt een goede manier van interactie is. Daarnaast kijken zij naar manieren waarop we interactie aan kunnen gaan. Maar ook gaan zij kijken hoe we de kinderen geboeid kunnen laten in het boekconcept. Want we bieden iets aan wat de kinderen niet altijd leuk vinden. Dus hoe verwerken we dit in de installatie zodat kinderen eerder een boek zullen gaan lezen.
CT Hoofdverantwoordelijke: Rik de Jonge
Rik is meer de technische man van ons. Hij kan met veel verschillende technieken overweg en weet altijd wel ergens een oplossing voor te vinden. Rik gaat vooral kijken of bepaalde technieken haalbaar zijn en gaat hier ook mee experimenteren. Hij kijkt ook naar geschikte apparatuur, sensoren etc. Voor onze installatie. Hoe werken we zoveel mogelijk weg en hoe wordt het aangestuurd? Dit zijn allemaal dingen waar Rik naar gaat kijken met natuurlijk de hulp van de rest van het groepje.
Nieuwe concept

Beleving van het boek
Er wordt een beleving gecreƫerd door beeld, audio, geur en kenmerkende omstandigheden van het boek. De gebruiker legt het boek op een scanner neer in de installatie. Een scanner scant het boek en activeert de desbetreffende beleving. We nemen de gebruiker meer in de wereld van het boek. Dit gebeurt d.m.v. interactie met de hoofdpersonen/belangrijke gebeurtenissen. Dit wordt verwerkt in een soort minigame. De minigames hebben dezelfde sfeer van het boek. De beleving van de installatie is eigenlijk hetzelfde als in het boek. Het moet niet overdreven worden, de kinderen moeten ook zelf hun fantasie kunnen gebruiken zoals dat normaal ook bij een boek is. Ze moeten het zelf in kunnen vullen.
Voorbeeld Raveleijn
Ze kiezen voor het boek Raveleijn. En ze lopen de installatie (het boek) binnen. Ze trekken het gordijn dicht en de beleving start. Nu leggen ze het boek onder de scanner en een stem roept om “Raveleijn”. De beleving begint. Korte introductie van het boek (verhaal, hoofdpersonen, gebeurtenissen) 30 seconden. Als de animatie start over Raveleijn worden er na de introductie van de hoofdpersonen een soort pauze ingelast waar de gebruiker kan kiezen voor de hoofdpersonen in het boek. D.m.v.
Dan kan de gebruiker kiezen d.m.v. Kinect-systeem. Ze kunnen dan kiezen voor minigames die betrekking hebben op het boek (bv. monsters)
uitwerking eerste concept
Klein podium ong. 1,80, bij 1,80 en ongeveer 25 cm hoog. In het midden staat een paal met een wereldbol op. Deze wereldbol kan omhoog en omlaag. Zodat de wereldbol tijdens het spel niet in het zicht staat en dat je elk land kunt aanklikken wanneer je een keuze moet maken. Aan de zijkanten van het podium zitten lampen, ventilatoren, die het weer kunnen simuleren. In het podium zitten schermen, die visueel interactief zijn. Boven de schermen zit plexiglas voor de bescherming. Op een zijde van het podium zit een vlak waar voetstappen staan waar druksensoren inzitten. Op deze plek moeten ze staan om het spel te spelen.
Ze kunnen op de wereldbol een land aanklikken. Als ze dit gedaan hebben dan word er door middel van LEDjes een vliegroute gesimuleerd, dus dat ze naar een andere land vliegen. Als ze in een ander land zijn dan veranderd de ondergrond naar het desbetreffende landschap. Er komt verder een spel tevoorschijn. Ook veranderd de tempratuur naar het desbetreffende klimaat.
Er zit ook een webcam in de interactieve installatie. Hij maakt een foto op het begin. Deze foto wordt opgeslagen. Op het laatst krijgen ze dan de foto in een template met “ groetjes uit……” als aandenken.
Uitvoering
In het podium komen 4 schermen In een frame.
op de bovenkant komt nog een laag plexiglas.
aan de onderkant komt de bedrading bij elkaar.
Op de voetstappen in het podium komen druksensoren. Druksensoren zijn NIET zichtbaar (komt een laag overheen door middel van papieren voetjes bijvoorbeeld).
De paal waar de wereldbol op staat kan omhoog en omlaag dus daar komt een motor in te zitten. Evt. aangestuurd door Adruino
Bol is aan klikbaar wordt verwerkt via max/msp programma.
LEDjes in wereldbol worden aangestuurd door adruino
Ze kunnen op de wereldbol een land aanklikken. Als ze dit gedaan hebben dan word er door middel van LEDjes een vliegroute gesimuleerd, dus dat ze naar een andere land vliegen. Als ze in een ander land zijn dan veranderd de ondergrond naar het desbetreffende landschap. Er komt verder een spel tevoorschijn. Ook veranderd de tempratuur naar het desbetreffende klimaat.
Er zit ook een webcam in de interactieve installatie. Hij maakt een foto op het begin. Deze foto wordt opgeslagen. Op het laatst krijgen ze dan de foto in een template met “ groetjes uit……” als aandenken.
Uitvoering
In het podium komen 4 schermen In een frame.
op de bovenkant komt nog een laag plexiglas.
aan de onderkant komt de bedrading bij elkaar.
Op de voetstappen in het podium komen druksensoren. Druksensoren zijn NIET zichtbaar (komt een laag overheen door middel van papieren voetjes bijvoorbeeld).
De paal waar de wereldbol op staat kan omhoog en omlaag dus daar komt een motor in te zitten. Evt. aangestuurd door Adruino
Bol is aan klikbaar wordt verwerkt via max/msp programma.
LEDjes in wereldbol worden aangestuurd door adruino
Abonneren op:
Posts (Atom)















